|
Dinsdag
30 augustus 2005.
Dan gaan we verder op weg naar het zuidoosten met een vaartje van een
km of 90 per uur. De weg is goed. En weer hebben we prachtige
zonneschijn. Stevige dag vandaag. Vroeg opstaan. Neil wilt om uiterlijk zeven uur rijden, want er staat een moeilijk stuk van een paar honderd meter te wachten. Ooit lag er hier een weg die van hout was gemaakt, maar die is totaal verrot. Dus moeten we nu via een soort moeras en dat kon wel eens een groot deel van de dag in beslag nemen. Neil is zelfs al eerder op weg om voor te verkennen. Dat geen probleem voor ons want goed 500 meter verderop staat hij stil. Hier begint het heel zware stuk. Als je niet beter wist zou je zeggen dat het onmogelijk is om hier door te komen. Het kost dan ook een paar uur. Hier komen de rijladders die we bij ons hebben goed van pas. Hier zijn ze voor bedoeld. Maar ook improviseren we een soort wegdek van stukken hout. Dat ligt er genoeg en met behulp van de kettingzaag kan dat snel op handzame stukken worden ingekort.
Stuk voor stuk moeten de auto's er door heen gewerkt worden. Dat Vaughan en Lisa's auto gehandicapt is, is nu niet echt het probleem. Aandrijving of niet, wielen hebben hier nauwelijks meer een functie. Lieren is het devies. Met onze lier is er een probleem. Om de een of andere reden krijg ik hem niet in de lage stand. Dat betekent dat ik niet de volle kracht ter beschikking heb. Gelukkig blijkt het voldoende te zijn. Ergens is het zelfs een gelukje want hierdoor blijft de schade aan de auto beperkt. Die schade wordt veroorzaakt doordat een van de rijladders schoor onder de auto komt te zitten en de bodemplaat beschadigt. Door de beperkte lierkracht kom ik niet verder en dat verplicht ons om goed te kijken waardoor dat komt. Zo ontdekken we de ladder. Eerlijkheidshalve moet gezegd worden dat Yvonne, die stond te video-en, al eens gewaarschuwd had, maar dat haar waarschuwingen werden genegeerd. Uiteindelijk zijn wij er allemaal door. De ladders worden verzameld en dan blijkt één van de nederlandse ladders te ontbreken. Er wordt een half uur gezocht maar hij blijft onvindbaar in de prut. Als je denkt dat we het nu gehad hebben, vergeet het maar.
Het terrein verandert van zompig in rotsen met modderpoelen. Het is één groot gevecht. Neil, als kopman, rijdt zich verschillende keren goed vast. Een paar keer lukt het Folkert en Netty om via een andere route er dan wel door te komen en hem dan weer los te trekken, maar het blijft worstelen.
Uiteindelijk, rond zeven uur, besluit Neil te stoppen. Iedereen is moe en het halen van het kampeerplekje dat Neil op het oog had moet worden opgegeven. Het kost veel moeite een goed plekje te vinden dat een beetje horizontaal is. Door de modderpoelen in de omgeving barst het bovendien van de muggen die door het mooie weer nog in groten getale aanwezig zijn. Het is de hele dag mooi geweest en de lucht is open. Het koelt dan ook snel af. En tegen het slapen gaan zijn er vrijwel geen prikkers meer te zien. Wat een fantastische dag. Oh, ja. Vandaag hebben we welgeteld 3,74 km afgelegd. Woensdag 31 augustus 2005. Slecht geslapen. De muggen waren lastig, het was me niet gelukt ze allemaal om zeep te helpen. Als een soort van compensatie laat het weer zich van zijn beste kant zien. Prachtig zonnetje, klein beetje wind en droog. Weer eens een keer. Niet dat we klagen hoor.
Het terrein is en blijft lastig. Natuurlijk zijn we daarvoor gekomen, maar nu blijkt toch maar steeds dat er maar een type auto is dat geen probleem oplevert: Toyota!! Wij komen steeds weer overal door en hebben maar zelden een lierkabel nodig. Natuurlijk is Vaughan benadeeld door zijn kreupele auto, maar Mark komt met zijn Defender steeds weer vast te zitten. Toch blijft het leuk. Het terrein is uitdagend en afwisselend. En je komt er geen ziel tegen. Gisteravond zag ik voor het eerst sinds lang een lichtje van buitenaf. Het was afkomstig vanaf het terrein van de enorme mijn die het landschap net ten oosten van ons domineert. Een open mijn waar kennelijk uranium gedolven wordt. Het enige wat er van zichtbaar is zijn de enorme steenhopen. Wat een kolossaal gat moet daar het gevolg van zijn. Vaughan, die overigens op een bewonderenswaardige manier zijn kreupele auto door en over moeilijke stukken weet te krijgen, heeft weer pech. Rijdt een band aan gort op een stuk hout waar Neil even tevoren zonder meer over heen reed. Met vereende krachten is dat gelukkig zo opgelost. Laat in de middag bereiken we de openbare weg. Net ten noorden van Monchegorsk. Naar de stad is nog maar goed 10 km. Een naargeestig gebied. Staalwerken domineren het landschap. We komen niet echt in de stad maar die ziet er van buiten af ook niet aanlokkelijk uit. Bij een hypermodern Statoil tankstation toppen we de tanks op. Ook doen we wat 'hoognodige' inkopen. Frisdrank en Snickers en zo. Het bedienend personeel is overigens keurig en zeer vriendelijk. De hele stemming is zo wie so vriendelijk ondanks dat er ook bewaking aanwezig is met een indrukwekkend stuk schietijzer op de heup. Wij staan allemaal met de handen vol troep voor de kassa, als een Rus met een paar dingetjes op een vriendelijke manier voordringt en als eerste wordt geholpen. Wij hebben er geen moeite mee en het is lachen geblazen. Dan gaan we weer op weg. We rijden nog een stukje naar het zuiden, richting Kandalaksha. Rond half acht slaan we het kamp op. Donderdag 1 september 2005. Relaxed dagje. Rond tien uur vertrokken. Naar Kandalaksha. Zo'n dertig km.Stel je er niets van voor. Een sombere stad. Grof gebouwde huizen. Weinig kleur. Alles is even kleur- en verveloos. Op de markt gaan we wat inkopen doen. Simpele kraampjes.
Eigenlijk geen
stalletjes maar kleine gebouwtjes. Ook mensen die gewoon met wat
groenten of een paar vissen
ergens staan of zitten.
Ik word nog aangesproken door een verkoper die me een vliegersbril wilt
verkopen. Zo'n echte ouderwetse. Gekleurde glazen tegen de zon worden
er bij geleverd.
Hij wilt er 2000 roebel voor hebben. Zeg maar 65 euro. Ergens heb ik er
wel zin in want
het ding is met zeemleer gevoerd en ziet er keurig ongebruikt uit en
zit in kennelijk
originele verpakking.
Er is wel van alles te koop. Vlees en groenten in overvloed. Ook kledingkraampjes zijn er. Misschien gaat er wat van de prijs af. Dan blijkt dat de man alleen roebels accepteert en geen euro's. Dus gaat de koop zonder meer al niet door aangezien we maar een beperkte hoeveelheid roebels bij ons hebben. Bij het lokale Statoil tankstation toppen we weer helemaal op. Er gaat maar 12-13 liter in, maar Neil wilt dat we zo veel mogelijk brandstof meenemen. Op dat station willen we meteen water bijvullen. Helaas blijkt er op dat moment geen water beschikbaar te zijn. De waterleiding doet het 'toevallig' even niet. Wij kopen dan maar 10 liter bronwater dat in een van de rekken blijkt te staan. Scheelt me een hoop pompen voor het filteren van rivierwater met de filterinstallatie. Even buiten de stad genieten we nog even van een prachtig uitzicht over de Witte Zee die we hier bereikt hebben. Ondertussen rommelt Mark aan zijn Defender. Het ding trekt voor geen meter en hij denkt dat de brandstofleiding verstopt zit. Doorblazen van die leiding helpt niet. Beter aandraaien van de slangklemmen wel. Kennelijk trok de motor lucht in het brandstofsysteem en dat is voor een diesel nu eenmaal funest. Neil begrijpt er niets van. Hij had op de voorgaande reizen heel ander weer. Om vier uur stoppen we. Op een landtong waar een riviertje de zee in stroomt slaan we het kamp op en genieten.
|