Zondag 27 oktober 2002.
Van daaruit gaat het nog weer een stuk naar het oosten en gaan we de piste volgen naar het zuiden. Dit leidt ons direct naar Kamour. Dat is een nederzetting van een aardoliemaatschappij, met daarbij een militaire post. Filmen is daar verboden en wel begrijpelijk ook als je ziet dat er daar volop schietposities zijn, dus er is zeker een militair belang mee gediend. Belangrijk voor ons is dat we er de hoognodige brandstof krijgen. Ik heb van Jurgen een jerry-can met 20 liter geleend en ik tank 69 liter. Zonder die can was ik dus waarschijnlijk op de laatste druppel brandstof binnen gelopen. Het tanken neemt aardig wat tijd in beslag. Een voor een mogen we het omheinde gebied binnen waar de pompinstallatie staat. De pomp geeft alleen een aanduiding in liters en het kost de pomp-meneer heel wat tijd om dat om te zetten in dinars. Met ons telefoontje, dat ook als rekenmachine kan worden gebruikt, schiet ik hem te hulp en dat scheelt zeker vijf minuten rekentijd per tankbeurt.
Met alle tanks weer tot het randje gevuld gaan we verder naar het doel van deze dag, een warmwaterbron die zuidwestelijk van Kamour ligt. Die bereiken we tegen half drie. Aangezien we hier ook zullen overnachten hebben we een hele middag voor onszelf te besteden. Tijd te over. Voor we het kamp op slaan, ongeveer een kilometer oostelijk van de bron, geniet ik al even van het lekker warme water. Ik was lekker mijn haren en ook het grootste deel van mijn lijf. Later worden de mannen verjaagd en nemen de dames bezit van de bron om eens heerlijk te tuddelen. Wij hebben beloofd de begeleiders een beetje in het oog te houden zodat die in het kamp blijven en er geen gluurders rond sjouwen. Zo kunnen de dames onbekommerd voor Eva spelen en zich lekker opknappen. Ik zit in de luwte van de auto mijn dagboek bij te werken en werp af en toe een blik op de rest van het kamp om te zien of alles rustig is. Op gegeven moment hoor ik wat drukte en rumoer uit de richting van de bron en als ik kijk zie ik dat er een aantal witte terreinauto's staan.
Pas veel later hoor ik van Yvonne de volledige versie. Het blijkt dat toen zij bijna klaar waren met badderen en Annemieke nog naakt in het water zat, er een aantal terreinauto's aan kwam rijden en bij de bron stopte. De passagiers stapten uit en met name één figuur ging onbeschoft en ongegeneerd naar de dames staan kijken. Vooral voor Annemiek kwam dat erg kwetsend over. Ondanks opmerkingen en verzoeken van ‘onze' dames voor een beetje fatsoen, bleven meerdere personen, waaronder een aantal vrouwen, gewoon staan kijken. Een persoon was wel heel erg, een man met een vrij fors postuur die zich bijzonder onbeschoft gedroeg. Annemiek is toen in badhanddoeken gehuld de auto in gevlucht en Joke heeft haar naar het kamp gereden. Uit de woordenwisseling is wel duidelijk geworden dat het kennelijk om een gezelschap van belgen ging. Voor ik goed en wel begreep wat er nou precies gebeurd was zijn ze verder gereden. Door de dames werd het verschillend ervaren, maar vooral voor Annemieke was het een schokkende ervaring. Maandag 28 oktober 2002. Een heel stuk piste gereden. We zijn van de bron naar de omgeving van El Borma gereisd omdat daar enorm hoge duinen zouden zijn. Een dikke twee uur rijden, maar vrijwel geheel over pistes die van plaats tot plaats behoorlijk in kwaliteit verschilden. Veel stukken met duintjes die weliswaar voor oponthoud zorgen maar verder niet zo erg zijn. Andere stukken bestaan uit een ongelijke en rotsachtige ondergrond. Lastig maar ook niet zo erg. Wat wel erg is zijn de ‘wasborden. De auto lijkt elk moment uit elkaar te zullen vallen en de vullingen rammelen in je tanden. Alles trilt, piept en steunt. Het is belangrijk om een bepaalde snelheid te gaan rijden. De banden springen dan min of meer van bultje naar bultje en zo wordt het relatief rustig. Het snelheidsbereik waarbinnen dat werkt is vrij klein. Aangezien je in een groep rijdt en voor elke auto die specifieke snelheid weer anders is, is het lastig om het goed te doen. Bij Jurgen en Judith gaat het mis.
Alle steunen blijken doorgebroken te zijn. Wat rest is de boel demonteren en op de aanhanger van Steph en Ingrid te sjorren. Jurgen heeft vet de smoor in. In de voorbereidingsfase heeft hij veel aandacht aan de drager besteed en op advies van deskundigen de boel nog extra versterkt. Nu, nadat er eerder al problemen waren en alles nog eens extra werd vastgezet, is er geen redden meer aan. De rest van deze reis zal de aanhanger van Steph en Ingrid goede diensten bewijzen voor het vervoer.
Daar blijkt dat de reling van de aanhanger, waar de dakdrager op ligt vastgesjord, het gedeeltelijk heeft begeven. Een stuk hout dat Steph bij zich heeft wordt met de boomzaag en bijl die ik bij me heb getransformeerd in vier passtukken die de reling opvangen. Met de touwen naar de sjorhaken van de aanhanger zit het boeltje weer perfect vast. Nadeel is nu dat, als de klep op moet, het hele zaakje losgemaakt moet worden. Na het middageten rijden we nog een kilometer of 10 door. Overigens was het wel even lachen bij het wegrijden.
Dat was een zandstuk met een aantal korte, nauwelijks een meter hoge, maar wel zachte duintjes. Ik zag de bui al hangen en verlaagde de bandendruk tijdens het eten. Volgens Salem, de gids, niet nodig. Bij het vertrek reden de eersten zich meteen vast terwijl ik op mijn gemakje weg tufte. De rest volgde toen maar mijn voorbeeld en verlaagde ook de bandendruk. Even later komen we dan bij het duin waar we volgens Ali naar toe moesten omdat dat zo enorm hoog zou zijn, tussen de twee- en driehonderd meter.
Eerst slaan we een kamp op, dan gaan we spelen. Steph doet het 'the Jeeper's way' . Aan de voet van de helling vol gas en kijken hoe ver je komt. Naar mijn idee kan dat niet werken. Te steil en te hoog, bovendien erg zacht zand. In stapjes verlaagt hij zijn bandendruk naar 0,5 in de hoop zo meer grip te krijgen, maar desondanks haalt hij het niet. Heel veel scheelt het niet, een meter of drie tot het eerste vlakkere stuk, maar dan nog... Ik ga te voet op zoek naar een andere mogelijkheid.
|