Tunesië

Een 4x4 - reis van 19 oktober tot en met 2 november 2002.
Vorige pagina Home Start Tunesië Volgende pagina

De tweede week (3).

Net als Douirat ook een voormalig Berberdorp, alleen veel kleiner.
Het bestaat voornamelijk uit een 60-tal gebouwtjes, tegen en op elkaar gebouwd rond een soort van dorpsplein.
Het grootste deel is ruïne, maar een stukje is min of meer hersteld en dat wordt als een soort hotelletje verhuurd.
Er is een barretje, een eetzaal en een keuken.
Het sanitair stelt niets voor. Een vieze wc waarvan de spoeling niet werkt. De gang er naar toe herbergt een soort van fonteintje en vormt meteen de douche-gelegenheid. Water loopt voor een deel over de vloer. Bij de dames-afdeling is het kennelijk niet anders.
In een van de ruimten eten we van lage tafels, zittend op de vloer.
De stemming is prima. Tot stomme verbazing van Ali begint Mohammet zelfs te zingen, iets wat Ali nog nooit heeft meegemaakt.
Het eten is bereid door Fatima, de kokkin, die Majid, onze kok, niet in haar domein wilt zien.
Voor ons, de europeanen, wordt het eten voor ieder in een apart bord opgediend.
Voor onze tunesische begeleiders, die tot hier mee zijn gereisd en ons morgen zullen verlaten, worden er grote, gemeenschappelijke schalen aangedragen.
De uitnodiging van Mohammet en Zoubaier om uit hun schaal mee te eten sla ik zo beleefd mogelijk af met de uitleg dat ik zo eten niet gewend ben.
Na het eten volgt er een zangvoorstelling van een jonge jongen.
Hij heeft zichzelf zonder enige hulp bekwaamd in een bepaalde zangtechniek.
Het klinkt in mijn oren erg goed. Zoubaier heeft echter kennelijk nogal wat op en aanmerkingen.
Later hoorde ik van Ali dat hij de jongen verteld had dat hij verkeerd gebruik maakt van zijn stem. Dat zou ten nadele van zijn ontwikkeling zijn en gezien zijn kennelijke kwaliteiten gaf Zoubaier zijn bezorgdheid daarover aan.
 Erg blij leek die jongen er niet mee te zijn. Hij verdedigde zich door te zeggen dat hij gewend was om in de eetzaal te zingen en dat het hier allemaal veel anders was.
Om dat te kunnen demonstreren trekt het hele spulletje naar de eetzaal, waar hij een hele voorstelling geeft.

Slapen doen we in een van de kamertjes. Daar heerst een goede temperatuur. Er staan bedden met dekens. Wij gebruiken gewoon onze eigen slaapzakken op de bedden, waarvan de matrassen niet zo heel dik blijken te zijn.
Vandaag toch weer een stevig stukje gereden, 310 km.


Woensdag 30 oktober 2002.
Aangezien we morgen als rustdag hebben ingecalculeerd, moeten we vandaag tot bij Tunis komen. En dat betekent weer een aardig aantal kilometers.
En dus vroeg op pad.
Maar eerst moeten we afscheid nemen van onze begeleiders.
Salem, Mohammet, Mabrouk, Majid en Zoubaier gaan van hieruit weer naar huis.
Gisteravond hebben we een envelopje overhandigd als dank voor de geweldige manier waarop ze zich hebben ingezet.
Wat niet in geld te vergoeden valt is de manier waarop ze met ons om zijn gegaan. De vriendelijkheid en de vrolijkheid. Uit hun antwoord op een kort toespraakje van Peter blijkt dat zij het ook als erg plezierig hebben ervaren en dat onze manier van opstellen voor hun aanleiding was meer te doen dan ze eigenlijk zouden moeten.
Er is best wat weemoed op het moment dat het vijftal in de auto klimt en wegrijdt.
Tien minuten later gaan wij.
Na een kilometer of twintig binnenwegen komen we weer op de hoofdweg uit.
Eerst richting Medenine en dan langs Gabes waar we volgens de oorspronkelijke planning een dag door zouden brengen, maar waar nu niets van terecht komt.
Het verkeer is razend druk. We hebben veel oponthoud door langzaam rijdende auto's.
Toch maken we hier even een tussenstop om wat leuke dingetjes te kunnen kopen, maar na een klein uurtje moeten we verder.
We hebben nog een hele afstand te overbruggen en anders wordt het wel heel laat.
Een kilometer of dertig ten noorden van Gabes, net onder Skhira, stoppen we op voorstel van Ali bij een van de vele eethuisjes langs de weg.
Traditioneel is dit een omgeving van kleine slachterijen. Bij zo'n bedrijfje is dan meteen een eetgelegenheidje, waar het vlees boven een vuurtje geroosterd wordt.
Dat kun je dan terplaatse opeten.
Het valt niet binnen het reisbudget en dus vraagt Ali of wij hier op eigen kosten willen eten.
Iedereen stemt toe, de een wat volmondiger dan de ander, maar uiteindelijk zitten we allemaal te wachten op de dingen die komen gaan.
Een hoeveelheid vlees wordt afgewogen, in stukjes gehakt en vervolgens gebraden. Een klein half uurtje later zitten we te smikkelen.
Tijdens het eten stelt Ali voor om de route wat aan te passen.
Die zou via Sfax en Sousse lopen, maar gezien de tijd lijkt dat wel erg krap te worden. In kilometers maakt het niet zo heel veel uit, maar als we van hieruit over Kariouan reizen, dan laten we in elk geval die twee grote steden liggen en dat spaart tijd.
Na wat discussie besluiten we dat maar te doen.
Zo pikken we bij Kariouan weer de weg op die we bijna twee weken eerder ook al hebben gereden, zij het in de andere richting. Voordeel is dat we het nu bij daglicht zien. De vorige keer was het al donker.
Een stukje verder rijden we weer door een tolpoort. En weer worden we bijna beduveld.
Ahmed had ons er aan herinnerd dat we niet meer dan ongeveer 1 dinar zouden moeten betalen. Als ik bij het poortje stop, overhandig ik een muntstuk dat Yvonne me heeft aangereikt. Ik meen te voelen dat het een vijf-dinar stuk is en verwacht dus wisselgeld, maar die meneer neemt het vriendelijk in ontvangst, zwaait dag en opent de poort. In de veronderstelling dat ik me vergist heb en dat het toch een dinarmunt was, geef ik gas om door te rijden, tegen Yvonne zeggend wat ik dacht. Die schiet overeind en zegt dat het best zou kunnen wat ik dacht. Kijkt het geld na en komt tot de conclusie dat ze inderdaad een vijfdinarstuk heeft gegeven. Alles in een flits van een paar seconden. Ik trap op de rem, Yvonne de auto uit en terug. Krijgt wisselgeld, rent weer naar de auto terug en wij achter de rest aan. Yvonne telt het wisselgeld en dat is 3,5 dinar. Toch nog te weinig gekregen! De sloeber.
Hebben we hiervoor al rustig gereden, op de autoweg wordt het helemaal gezapig. De witte Toyo lijkt hoe langer hoe verder af te zakken. Was de snelheid eerst nog zo tegen de negentig, tegen de tijd dat we bij Grombalia zijn rijden we nog een goede zeventig km per uur. Wel goed voor het brandstofverbruik, maar opschieten doet het op deze manier niet meer. Het begint nu ook al weer donker te worden. Via allerlei wegen rijden we naar de plaats Korbous. Dat is een goede zestig kilometer ten oosten van Tunis en aan zee gelegen.
Een klein dorpje met als bijzonderheid dat er een thermaal bad is waar we ons morgen kunnen laten verwennen.
Pas tegen half acht bereiken we het hotel. Aan de overzijde van de straat is de eetzaal waar we na ons wat opgeknapt te hebben nog eten.
Het kilometrage van vandaag? 480.

Donderdag 31 oktober 2002.
 Rustdag. Ontbijt om ongeveer half negen.
Daarna wat praten op het terras over de mogelijkheden voor vandaag.
Geld hebben is een voorwaarde om iets te kunnen doen. Zoals overal hier in Tunesië kan er alleen kontant betaald worden. Pin- of chipautomaten zijn onbekend. Een enkele bank heeft een flappentapper en die werkt niet altijd. Hier in het dorp zijn geen faciliteiten.
Ook moeten we zorgen dat we geen of maar weinig geld overhouden. Uitvoeren mag niet en inleveren kan tegen ongeveer dertig procent van de waarde.
Iedereen heeft kastekort, de een wat meer dan de ander. Omdat de tarieven voor de verwencentrale niet goed bekend zijn ontstaat er een beetje wrevel over de geldzaken. Ik ben bereid om naar een plaatsje een stuk verderop, Soliman, te rijden waar een bank met flappentapper moet zijn en daar ten behoeve van de anderen wat geld af te halen. Zelf zitten we ook krap bij kas.
Dat geeft me de gelegenheid om een beetje in de omgeving rond te rijden zonder weer de hele dag achter het stuur te zitten. In plannen om ook nog naar Tunis te gaan zie ik niets. Volgens mij kost het veel te veel reistijd en dan is er van deze rustdag ook niets meer over. Yvonne en ik gaan de bankoverval plegen en lopen meteen even rond in Soliman waar we wat kleine dingetjes kopen. Onder andere een stuk of vijf granaatappels om die mee naar huis te nemen. We hebben dat vaak als toetje bij het eten gehad en dat smaakt prima.

Tegen twee uur zijn we weer terug in Korbous waar het merendeel van de anderen al op ons zit te wachten onder het genot van een glaasje thee of andere versnapering op een van de weinige terrasjes.
Nu, voorzien van de nodige dinars, op weg naar het verwengebeuren.
De meesten nemen een volledige servicebeurt.
Ik ben niet zo dol op dit soort gedoe en wil alleen gemasseerd worden. Yvonne maakt daar nog gauw een dubbele massage van.
Het gaat in mijn ogen allemaal een beetje onbeholpen. De hygiëne laat in mijn ogen nog wel wat te wensen over en van de massage ben ik niet onder de indruk. Drie kwartier later sta ik weer buiten.
Later begrijp ik ook van de anderen dat men een ander idee had over wat er had moeten gebeuren.
Twee uurtjes later is iedereen klaar en kunnen we het terrasje weer bestormen.
Daar worden we door Ali getracteerd op een plaatselijke lekkernij.
Die laat zich het beste omschrijven als een opengesneden oliebol met daarin een vulling van tonijn, ei en aardappel. En het is nog lekker ook.
Het avondeten is redelijk, maar meerderen hebben wat last van hun spijsvertering. Of het probleem komt door het eten hier of het eten dat we gisteren onderweg hebben verorberd weten we niet. Gelukkig is niemand echt ziek er van.
Na het eten overhandigt Ali alle koppels een herinneringsbord. Het is van koper en deels handgemaakt. Onze namen staan er op en "Tunesië ‘02". Een origineel aandenken. Daarna willen we nog terug naar het terrasje, maar de uitbater heeft vandaag kennelijk al te veel aan ons verdiend. De boel is op slot.
Terwijl we overleggen wat we nu zullen doen, horen we opeens een hoop geschreeuw en gedoe. Dat blijkt afkomstig van een familie die haar verdriet uit over het overlijden van iemand.
Zo zie je maar de betrekkelijkheid van het leven. Wij maken ons druk over het krijgen van een drankje en even verderop overlijdt er iemand.


Vorige pagina Top Home Volgende pagina