Vrijdag 1 november 2002. Zo heel veel valt er niet te vertellen. De dag van ons vertrek.
Dus wordt er wat gerommeld aan de auto's voor zover dat nodig is. Peter heeft gisteren de thermostaat al weer ingebouwd die door Mabrouk was verwijderd in verband met het warmlopen. Steph en ik repareerden het glaasje van een van de achterlichten van de aanhanger dat gesneuveld was tijdens het rijden door het duin, een paar dagen geleden. Vandaag vervang ik het luchtfilter van onze auto en maak wat dingen een beetje schoon voor zover dat gaat. Ook Jurgen is daar mee bezig. Echt schoon maken zal thuis moeten gebeuren. Wat een zand ligt er in die auto. Rond elf uur gaan we op pad. Eerst naar Soliman en dan slaan we ergens af, een of andere buitenwijk in. Even later blijkt pas waarom. We komen uit bij een soort van manege, maar dan een kamelenmanege, waar nog kameel gereden kan worden. Vier maken van de gelegenheid gebruik. Jenny, Peter, Ingrid en Annemieke. De rest ziet het niet zo zitten om hier een ritje te maken. Een half uurtje later is het groepje terug en na het afrekenen trekken wij weer verder naar de haven. Onderweg nog een laatste keer tanken. Onze auto's zijn er wel aan toe en als goede Hollander laten we de kans om voor ongeveer dertig eurocent per liter te tanken niet aan onze neus voorbij gaan.
We zijn op tijd en in het havenrestaurant, dat eigendom is van Ali's broer, eten wij belegd stokbrood. Als we kunnen inschepen hebben we de tickets en instructies van Ali gekregen. Hij reist nu niet mee. Het passeren van de politie en de douane is niet zo heel lastig, alleen tijdrovend, elke auto wordt gecontroleerd en vervolgens moet je met een loopbriefje je auto uit je paspoort uit laten schrijven. Dan volgt er nog een keer een kontrole en kun je aan boord gaan. We hebben dan al afscheid genomen van Ali en Ahmed. Wij raken afgesplitst van onze groep en zijn al lang aan boord als zij nog bezig zijn de aanhanger waar de dakdrager op ligt open te maken en vervolgens de boel weer min of meer degelijk vast te maken. In Genua zullen ze er ook wel weer in willen kijken. Onze cabines zijn weer dik voor elkaar. Zelfs netter dan op de heenreis en op het bed is niets aan te merken. Voor het eten zijn er gereserveerde plaatsen en komen we niets te kort. Ondanks dat we niet zo heel veel hebben gedaan gaan de meesten toch redelijk op tijd naar bed. Zaterdag 2 november 2002. Weer terug op Europees grondgebied. Na een rustige nacht en lekker slapen staan we om kwart over acht bij de eetzaal voor het ontbijt. De ochtend brengen de anderen door met wat hangen en kletsen. Ik werk mijn dagboek een beetje bij. Dat is wel nodig want ik ben bijna een week achter. Om kwart voor twee leggen we aan in Genua. Wij staan erg gunstig en komen zo ongeveer als tiende auto aan land. We komen ook vrij vlot door de controles heen en staan tien minuten later buiten de hekken. Hier wachten we op de anderen. Hier zien we hoe de douane net buiten de hekken auto's controleert. Kennelijk gaat het om bestuurders die hebben gemeld dat ze niets aan te geven hadden en die nu, eenmaal buiten de hekken, het haasje zijn voor smokkel, mochten ze iets meegenomen en verzwegen hebben. Een van de eerste auto's is meteen vol in de roos.
Onze reisgenoten druppelen de een na de ander binnen op het plekje waar wij op ze staan te wachten. Na goed een half uur zijn Annemieke en Joke de laatsten die van het terrein af komen. We sjorren de boel op de aanhanger nog eens goed vast en nemen dan afscheid van Annemieke en Joke die graag door willen rijden. De rest van de groep zal in ieder geval samen reizen tot de Italiaans-Zwitserse grens voor het geval dat Steph daar nog de boel op moet maken. Dan gaan we op pad met Jurgen en Judith als gids. Het gaat vlot. Op een kleine misser in de buurt van Milaan, waar we in eerste instantie de afslag naar de ringweg missen en even richting centrum gaan, maar dat is gauw gecorrigeerd. Voor de grens staat een kleine file. Dat kost een kwartiertje, maar de passage is verder zonder bijzonderheden. Gelukkig hoeft de aanhanger niet meer open. Even na de grens duiken we een tankstation op en daar nemen we echt afscheid. De anderen gaan op eigen gelegenheid. Steph en Ingrid en Yvonne en ik zullen nog samen verder gaan zo lang het ons uit komt. Het wordt nu gauw donker, het loopt tegen half zes. Overal gaan de lichtjes aan en dat levert een hier en daar een prachtig gezicht op als we door de Zwitserse bergen richting Bazel rijden. Even na de Gotthard-tunnel, de pas blijkt inmiddels gesloten, moet Steph tanken. Wij gaan een hapje eten, maar zij rijden door omdat zij in Bazel vrienden zullen bezoeken. Dus hier scheiden onze wegen. Wij passeren Bazel rond half tien. De grens met Duitsland is geen probleem, niemand te zien. Ik wil graag bij Mulhouse een hotel opzoeken omdat we nu al een aardige dag achter de rug hebben en we ook goed zijn opgeschoten. Al gauw vinden we een paar hotels, maar die zijn allemaal vol. Dan maar door naar Colmar, een goede dertig kilometer verderop. De eerste twee zijn ook vol, waaronder het hotel waar op de heenweg in hebben overnacht, maar in het Campanile-hotel kunnen we de laatste beschikbare kamer in beslag nemen. Zo hebben we vandaag in een uur of zes rijden 570 km afgelegd.
Zondag 4 november 2002. Zo heel veel valt er niet meer te vertellen. Het is meer een kwestie van de kilometers uitzitten. We reizen via de Vogezen, waar een prachtige herfstsfeer hangt, naar Nancy en zo door naar Luxemburg. Daar maak ik een tactische fout. Bij de tankstations aan de autoweg is het beestachtig druk. Tankers staan tot op de afritten. Ik besluit door te rijden naar Martelange. Daar zijn een stuk of tien stations, het zal er ook nog wel wat goedkoper zijn dan langs de autoweg en ik moet het makkelijk kunnen halen. Het blijkt verder te zijn dan ik denk. Net voor de afrit bij Arlon voel ik dat de motor begint te haperen. Tank leeg? Dat moet wel. Met veel kunst en vliegwerk haal ik de afrit. Sla rechtsaf en zie ergens tussen een paar bomen door in de verte een overkapping van wat een tankstation lijkt. Na nog een paar keer starten, oppikken van de motor en snelheid maken, weet ik inderdaad een tankstation te bereiken. Dat bestaat alleen uit automaten en onze bankkaart werkt niet. Via een toevallige tanker, die bereid is met zijn kaart de tien euro die we kontant nog bij ons blijken te hebben, om te zetten in brandstof, kunnen we een paar liter tanken. En zo bereiken we Martelange waar we zonder verdere problemen optoppen en de reis voortzetten. Die gaat via Zuid-Limburg, waar we Yvonnes moeder in het ziekenhuis bezoeken. Zij is een paar dagen er voor opgenomen in verband met een geplande knieoperatie. Pas laat die avond zijn we thuis. Alles bij elkaar kunnen we terugkijken op een fijne reis, die onder leiding van Ali zeker voor herhaling vatbaar is. Er zijn wel wat leermomenten geweest. Bij een volgende reis zal ik daar ook gebruik van maken. Eén van de dingen is de brandstofvoorraad, een ander ding is de veiligheid, maar ook de planning. Ik zal er op toezien of zelf voor zorgen dat bij het bereizen van dergelijke gebieden er kontakt met de buitenwereld mogelijk is in geval van kalamiteiten. Bijvoorbeeld per satelliettelefoon of kortegolfradio. Een mobiele telefoon is maar beperkt bruikbaar. In de kustgebieden geen probleem, maar in het achterland is er maar beperkte verbinding mogelijk en in de meer afgelegen gebieden, waaronder uiteraard de woestijn, in het geheel niet. Verder een betere verswatervoorziening en optische signaalmiddelen, rook- en vuurwerk, voor signalering. Ten aanzien van de planning heb ik nu een idee wat (on-)mogelijkheiden zijn in relatie tot afstanden en daar moet anders mee omgegaan worden dan bij deze reis. Ook de lier moet veranderd worden. Weliswaar blijft hij draaien, maar hij is traag en onder deze omstandigheden bleek de hydraulische olie vaak erg warm te worden. Een oliekoeler is noodzakelijk. Ons 27mc bakje ging op de heenreis stuk. Daar kun je natuurlijk weinig aan doen, maar het bleek wel een gemis te zijn. Op de auto als zodanig heb ik niets op te merken. Die heeft zich prima gehouden. De lockers, nu in voor- en achteras, bleken in een aantal gevallen een goede uitkomst te zijn.
|